Een stukje verder terug in de tijd

Blaeustraatkwartier geschiedenis deel 4
door Jan E. Hooijberg,
In mijn jeugd stonden er twee grenspalen in de buurt:
De ene net buiten het hek, op het zanderige pad dat naar de boerderij van Tromp voerde; schuin weggezakt en vlak bij de waterkant, waar de Nicolaas Beetskade en de Jan van Scorelkade elkaar ontmoeten.
Code
De boerderij van Tromp met grenspaal, omstreeks 1950.
Gelegen aan overkant van de Jan van Scorelkade, dus in de gemeente Bergen.

 

Als we met de jongens van de buurt naar de molen van Kruk wilden gaan, (onze benaming voor de Viaanse molen), of we moesten zo nodig kievitseieren zoeken in het weiland aan de overkant van de vaart, dan was dat hek een bijna onoverkomelijk obstakel.
Want er gingen onder ons tienjarige knulletjes van vlak na de oorlog zulke verhalen rond over het geweld waarmee boer Tromp je naar de strot kon vliegen als je ook maar één stap op zijn grondgebied zette, dat we na het beramen van onze snode plannen vaak al terugdeinsden bij de Jan van Scorelbrug.De eerlijkheid gebiedt me overigens te zeggen dat de man af en toe alleen maar vanuit de verte naar me stond te kijken en dat ik ook van geen buurjongen weet dat hem iets kwalijks is overkomen.

De weilanden aan de overkant van de Jan van Scorelkade strekten zich uit tot de Kogendijk in Bergen en daarachter zag je boven het geboomte de duinen uitsteken. Sinds het droogmalen van de Bergermeer in 1566 was er tot mijn jeugd landschappelijk weinig veranderd.

Code
“Hangjeugd”, zomer 1942 op de Jan van Scorelbrug.
V.l.n.r. Chris Wolf (Emanuel de Wittestraat 4), Jak Post (Blaeustraat 41), Huug Kaagman (Blaeustraat 18), Ben Maaskant en Koos Smit, (respectievelijk Nic. Beetskade 7 en 6).

 

De tweede grenspaal stond bij het andere einde van de kade, waar het water onder de Bergerweg doorstroomt: Aan de overkant van die weg, iets voorbij de brugleuning en tegenover de inmiddels verdwenen boerderij van Jan en Siem Hoedjes.
Bij de brug derhalve, waar wij als kinderen overgingen op weg naar het Pesiebad aan de Bergerweg en die door mij steevast de Bannebrug werd genoemd.
“Mijn” grenspalen gaven immers eeuwenlang de scheiding aan tussen twee rechtsgebieden. Het waren banpalen en de kaarsrechte Jan van Scorelkade was de grens tussen Alkmaar en Bergen.
Na gemeentelijke herindelingen staat die tweede grenspaal tegenwoordig voorbij de Groeneweg, ter hoogte van wat ik nog steeds vol nostalgisch gevoel café “Rust Wat” noem.
Code
De boerderij van Hoedjes aan het eind van de Jan van Scorelkade en langs de Bergerweg.
Voor de droogmaking van de Bergermeer lag ongeveer hier het eilandje Drenkenbos. De statige naam Drenckelbosch van deze hoeve deed daar nog aan herinneren.

 

Tot mijn stomme verbazing ontdekte ik eens dat de Bannebrug eigenlijk Barndebrug heet.
Dat vroeg om nader onderzoek.
Al in 1565 werd er geruzied over jurisdictie en het eigendom van de dijkjes en de eilandjes rond en in de Bergermeer. Onder leiding van landvoogdes Margaretha van Parma werd een accoord bereikt en toen een jaar later het meer was drooggemalen konden de scheidslijnen ook op het land worden vastgesteld.
Zo ontstond de benaming Scheijdtsloot voor het water langs de huidige Jan van Scorelkade. Op 1 november 1570 braken tijdens de Allerheiligenvloed diverse dijkjes door en kwam het hele gebied weer onder water te staan.
Toen bleek dat de Spanjaarden tijdens hun wraaktocht tegen het protestantisme steden als Zutphen, Naarden en Haarlem niet al te zachtzinnig onder handen namen, werden in Alkmaar diverse strategische maatregelen getroffen. In 1573, vlak voor het beleg begon, werden daartoe de twee kleine Viaanse wipmolentjes afgebroken en in eerste instantie binnen de stadswallen opgeslagen en werd de houten brug over de Scheijdtsloot in brand gestokenNa 8 oktober 1573 bleef jarenlang een eventuele terugkeer van de Spanjaarden als een dreiging boven de stad hangen en op deze plek aan de westkant was het overstroomde gebied dan ook voor de Alkmaarse verdediging een gunstige bijkomstigheid.

Het heeft tot 1579 geduurd voordat men het aandurfde de strijd tegen het water te hervatten. Op de plaats van de twee wipmolentjes werd een grotere molen gebouwd die uit de Zijpe was gehaald en daarom jarenlang de Sijpschen molen werd genoemd. Later is de naam van Hendrik van Vianen weer aan de molen gegeven.
Volgens oude archiefstukken is pas in 1590 “die affgebarnde bregge” hersteld.
Fijnproevers van onze taal weten dat barnen een oud woord is voor branden en herkennen hier het verschijnsel dat we metathesis noemen.
Daarom heet de brug in de toenmalige Bergerweg nog steeds de Barndebrug.

Code
De Barndebrug omstreeks 1932.
De Bergerbus is juist de grens gepasseerd en rijdt Alkmaar binnen. Rechts achter de brugleuning het oprijpad naar de boerderij van Hoedjes. Links van de weg de bosjes rond een boerderij die omstreeks 1938 is afgebroken ten behoeve van de bouw van het kazerneterrein.

 

Het stukje voormalige Bergerweg tussen deze brug en de nieuwe rotonde van 2005 wordt sinds omstreeks 1970 volkomen misplaatst Oude Hoeverweg genoemd.
Zullen we, nu we toch zo historisch bezig zijn, dat in het vervolg maar de Oude Bergerweg noemen?

Jan E. Hooijberg

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.