Het Pleintje van Dokter

Blaeustraatkwartier geschiedenis deel 3
door Jan E. Hooijberg,
uit de Blaeuwdruk van januari 2006

 

De steeg tussen de Blaeustraat en de Houtmanstraat was in mijn jeugd voor mij een niemandsland dat ik nauwelijks betrad.
Westelijk daarvan kwam ik niet.
Daar woonden weliswaar ook vele voor mij bekende gezinnen. Sommige van de kinderen zaten nota bene met mij op dezelfde school, maar als ik in die buurt kwam voelde ik me er altijd als in een ver buitenland. Nee, mijn speelgebied bevond zich oostelijk van dat niemandsland.
De belangrijkste verzamelplek, waar ik mijn buurvriendjes altijd kon aantreffen, was het brede trottoir bij het kruispunt Blaeustraat/ Wollebrandtstraat: Het zogenaamde “ Pleintje van Dokter”.


“Pleintje van Dokter” in 1945. Opvallend zijn de tuinafscheidingen bij alle hoekhuizen: Hekken van harmonicagaas op gemetselde muurtjes.

Piet Dokter kwam in 1920 als 25-jarige vanuit Kampen naar Alkmaar. Evenals zijn vader was hij sigarenmaker, maar na enige tijd begon hij een wijk als melkventer.
Hij trouwde met een meisje van Texel en betrok een huisje in de Middenstraat waar een zoon Piet en een dochter Leida werden geboren
In 1932 gaf hij zich op als gegadigde voor het winkel-woonhuis in Rochdale-west, in de hoop daar een melkslijterij te kunnen beginnen.
Om een woning te mogen huren moest men in die dagen voldoen aan de vuistregel: Minstens 6 x zo veel verdienen als de huurprijs bedroeg.
Net als alle andere nieuwe bewoners moest hij dan ook zijn netto weekinkomen opgeven, maar dat kon hij nog niet omdat hij geen idee had van de grootte van de klantenkring die hij hier zou opbouwen. Het bestuur van Rochdale aanvaardde het risico en in 1934 werd de melkwinkel in de Blaeustraat geopend.

Gedurende de eerste tijd sjouwde Pee, zoals zijn vrouw Nel hem noemde, met een bakfiets beladen met zware melkbussen her en der door de stad. De zogenaamde melksanering, waarbij de melkboeren onderling buurtgewijs de klanten verdeelden, dateert van na de oorlog.
Spoedig bleek dat hij dat zware werk niet aankon. Zijn vrouw probeerde het nog enige tijd vol te houden, daarbij vaak geholpen door Siem Koeten, een buurjongen van Wollebrandtstraat 23, die aan het conservatorium studeerde en uiteindelijk houtblazer is geworden in een groot symfonieorkest. Maar toch liep de melkhandel terug en al vlak voor de oorlog bleef de betonnen spoelbak voor de bussen in de boerderijbox achter het huis ongebruikt.
Een oplossing was inmiddels gevonden door een kruidenierszaak te beginnen.


Kruidenierswinkel van P. Dokter in 1947. In de voorgevel bevinden zich nu nog steeds tientallen gaten en pluggen die herinneringen oproepen aan de vele soorten reclameborden.

In 1938 was de jongste zoon Alex geboren die na een onderbreking van een aantal jaren in het begin van zijn huwelijk zijn oude buurt weer opzocht en tegenwoordig in de Blaeustraat 6 woont.
De sociale functie van de winkel, waarvan de klantenkring snel groeide, was groot.
Naast de wekelijkse inkopen haalden vrouwen tussentijds nog vaak even een vergeten boodschapje, waardoor ze tevens op de hoogte bleven van het laatste buurtnieuws.
Die onderlinge gesprekjes, met de tas aan de arm, hielden op toen omstreeks 1963 de familie Dokter hun nering beëindigde, het pand verliet en naar Wollebrandtstraat 7 verhuisde.
P. van Duyn, een buschauffeur die op de Nicolaas Beetskade 29 woonde, probeerde in de leeggekomen winkel een reparatiewerkplaats voor radio’s en t.v.’s te beginnen, maar dat mislukte na een aantal jaren.

De Bergermeer werd volgebouwd en de vrouw van Peter Pomstra uit de Houtmanstraat 6 verplaatste haar postagentschap naar deze plek. In de vrije ruimte begon ze tevens een kantoorboekhandeltje. Er kwam een brievenbus naast de etalage te staan.
Dat werd zo’n succes dat de zaak verhuisde naar het winkelcentrum in het Hoefplan.
De jongste zoon van de familie Reynaarts uit de Wollebrandtstraat 14 dacht de winkel te kunnen voortzetten,maar dat mislukte.
De inmiddels tweede eigenaar van de kapsalon die er nu gevestigd is, heeft het pleintje als tuin bij haar huis betrokken en de plek voor velen tot een nostalgische herinnering gemaakt.

De brede stoep voor en naast de winkel was indertijd voor kleuters een prachtig speelgebied.
Hinkelen of kaatsenballen tegen het stukje muur, pal links van de deur.
Ik ken buurmeisjes die wel vier ballen tegelijk in de lucht hielden.
Rechts van de etalage stond jarenlang met krijt op de muur “honk” gekalkt. Dat was voor verschillende generaties het vertrekpunt tijdens het “schuilhokkie” spelen:
“Tien, twintig, dertig, …………honderd, honderdtien,
Wienieweg is, is gezien,
Iiiiiik kom!”


28 juli 1946
Een zevental buurmeisjes bijeen aan het eind van de Blaeustraat, bij de Jan van Scorelkade Op de voorste rij Betty Haasbroek, Gré van der Laan, Alie Post en de jongste van het stel, de 13-jarig Jannie Flokstra ( thans mevr Boekelaar uit de Blaeustraat 11 ). Achterste rij To Hessels ( alias To de Weerd ), Leida Dokter (van de winkel) en Else Sieben.



De wat grotere jongens voetbalden met een tennisballetje in de kromming van de Blaeustraat. Het ene doel lag meestal voor de bocht, bij Van Gulik op nummer 27.
Dat hield een risico in omdat hij altijd de bal inpikte als die in zijn fraaie tuintje met begonia’s terechtkwam. Mijn jongensachtige haatgevoelens werden enigszins afgezwakt door medelijden als ik bedacht hoe rond de bevrijdingsdagen zijn bijna 18-jarige zoon Piet om het leven was gekomen, toen een zelfgemaakte granaat ontplofte, waar hij in domme stoerheid aan prutste in de werkplaats van zijn baas aan de Laat.

Het andere doel lag ongeveer bij de familie Post op nummer 41, waar meer dan tien kinderen waren opgegroeid. Daar maakten ze zich niet druk om een balletje in de voortuin.

Laatst werd ik aangesproken door een oud-buurtgenote: “Weet je nog wel van die glijbanen ‘s winters, vanaf het pleintje van Dokter de Wollebrandtstraat in? Soms helemaal voorbij fruitkoopman Helderman, tot aan Bram Elte?” En of ik dat wist!

Nog zie ik mezelf met een verhitte kop van enthousiasme een aanloop nemen en uitglijden, heen en weer terug via de parallelbaan.
Samen met ……….
Joop, Annie en Gerie Tegel van Wollebrandtstraat 12
Hans, Ko en Siem de Jong van Wollebrandtstraat 3
De tweeling Hans en Aafke met hun oudere zuster Tinie de Wit van Wollebrandtstraat 11
En na hun vertrek uit hetzelfde huis Kees, Marian en Teun Kaagman
Thijs de Graaf van Wollebrandtstraat 13
Alex Dokter uit de kruidenierswinkel
Hans en Rietje van der Struijs van Blaeustraat 8
Jan en Annie de Haas van Blaeustraat 4
Alie en Ina Post van Blaeustraat 41 en hun buurmeisjes Trees en Ankie Smiers …………

Dat allemaal zo omstreeks 1948.

Jan E. Hooijberg,
(met dank aan mevr. J. Boekelaar-Flokstra)

Een gedachte over “Het Pleintje van Dokter”

  1. Mijn vader, Piet van Duijn nam in 1963 de winkel over van Piet Dokter. Wij woonde daarvoor in de Kinheimstraat.
    Tot 1973 hadden we in de Blaeustraat een radio, tv zaak en we verkochten allerlei huishoudelijke artikelen, lampen en stekkers e.d.. En mijn vader repareerde ook radio’s en tv’s
    Tot dat hij rond “72 buschauffeur werd bij de NHADO in Bergen. In 1973 zijn we naar de Nic. Beetskade verhuisd. Daarna is eerst de fam. Pompstra er een tabak en postagentschap begonnen wat later overgenomen is door Peter Reinaarts en zijn vriendin. Daarna is het een kapsalon geworden.
    Lourens van Duijn

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.