Mag ik me even voorstellen:

Blaeustraatkwartier geschiedenis deel 1
door Jan E. Hooijberg
Jan E. Hooijberg is de naam, geboren in 1938 in de Wollebrandtstraat en getogen tussen de twee kades van deze buurt. De drie bruggen waren tot de meidagen van 1945 voor mij de uiterste grenzen van mijn kleuterwereld.
De Houtvaartbrug was een soort premature Checkpoint Charley. Die passeerde ik sporadisch en dan meestal nog onder begeleiding. Slecht een enkele keer alleen, om naar school te gaan. Want “over de brug” betrad je de grote mensenwereld, waar een kind in de oorlogsdagen niet veel te zoeken had.
Die buurt……. uw buurt dus…… heb ik, gedreven door nostalgische gevoelens, jarenlang bestudeerd in diverse archieven.
De verkregen kennis heb ik samen met mijn eigen herinneringen opgeschreven. Hier en daar dreigden die laatste soms bijna uit te groeien tot een chronique scandaleuse……
Zo ontstonden vele honderden bladzijden ontstaansgeschiedenis over de periode 1565-1973: Sinds de Bergermeer onder Hendrik van Vianen was drooggemalen en de drassige Wognumsebuurt niet langer aan het water grensde, tot het tijdstip waarop een brug in het verlengde van de Blaeustraat een nieuwe wijk ontsloot.
Vanaf dat moment leek het intieme buurtje uit mijn jeugd opgenomen in een veel groter stadsdeel. Kort daarna verdween het uitzicht over de landerijen van de boeren Tromp en Hoedjes op de duinen in de verte. En dus ook het intrigerende zwaailicht dat de vuurtoren in Huisduinen op heldere avonden aan de donkere hemel te zien gaf.
Spoedig deelde het kale kazerneterrein aan de Bergerweg in de algemene teloorgang en werd dat volgebouwd met kantoorkolossen. Toen realiseerde ik me dat een nieuwe generatie buurkinderen vanaf de Barndebrug nooit de spannende momenten zou kunnen beleven die ik had als ik op die plek de intervallen telde tussen de vuurtorens in Huisduinen en IJmuiden.
Op de foto uit het bewuste jaar 1973 ziet u linksonder nog juist de toenmalige Nicolaas Beetsschool aan de Wognumsebuurt en rechts(bijna)onder de Eendrachtmolen aan de Kruseman van Eltenweg. De opgespoten weilanden en de voorzichtige eerste bebouwing van de nieuwe woonwijk Bergermeer geven al aan hoezeer het karakter van de oude buurt dreigt te veranderen. (Noot van de redactie: zien we de huidige vijver ter hoogte van de Chinees al liggen??). Over die ontwikkelingen zal ik echter niet schrijven. Zij vallen in historisch opzicht buiten de periode 1565-1973 en geografisch buiten het Blaeustraatkwartier.
Vanaf de punt, waar de kades samenkomen, woonden langs de Jan van Scorelkade in mijn jeugd enkele opvallende buurtgenoten.
In het eerste huis was dat “Bul” van Es, een badmeester van het Overdekte Zwembad aan het Canadaplein. Met zijn bulderende stem zorgde hij daar voor orde en veiligheid, zó streng dat menig schoolkind uit de vijftiger jaren er nu nóg bevend aan terug denkt.
Een paar huizen verder, op no.13 woonde Jan Groet, fervent lid van de voetbalvereniging Alcmaria Victrix en vanaf 1960 hoofd van een lagere school in Alkmaar. Hij haalde in de jaren vijftig geruime tijd zijn gezinsleven totaal overhoop als bedenker en organisator van één van de eerste voetbalpools in Nederland.
In diezelfde tijd werd op een dag rond het middaguur de hele buurt in angst gestort toen Piet Krijgsman, die op no.17 woonde, als één van de eerste straaljagerpiloten in Nederland met donderend geweld laag over de weilanden kwam aanstormen en een paar keer vlak over de daken scheerde om zijn ouders te groeten. De klachten over dat onbezonnen gedrag bereikten zijn vliegbasis eerder dan de piloot zelf en waren voor hem niet zonder gevolgen …….
Even voorbij de Emanuel de Wittestraat woonde de familie Meskes met hun mongoloïde zoon Jan. Hoewel hij ongeveer tien jaar ouder was dan de meesten van ons ploegje buurkinderen en dus lichamelijk verreweg de sterkste, leidden wij hem altijd in ons spel.
Vlak na de bevrijding was dat “oorlogje spelen”, waarbij twee partijen elkaar beschoten met primitieve zelf geknutselde houten geweertjes. “Paf, paf, jij bent dood, jij moet blijven liggen.”
Temidden van al ons geschreeuw en geren door straten en stegen liep Jan Meskes van de ene partij naar de andere, met een onklaar gemaakte echte karabijn en een Duitse helm op zijn hoofd. Vermoedelijk gevonden in de duinen in Bergen, waar sommige oudere jongens ook hun lege patroongordels en pistoolholsters vandaan haalden. Ik was stinkend jaloers, maar de volwassenen spraken schande van ons spel. Wij verwerkten waarschijnlijk op deze manier de spanningen van de voorbije jaren.
In een volgende aflevering zal ik u aan de hand van enkele unieke foto’s uit particulier bezit meenemen langs de Nicolaas Beetskade in 1945.
Enne, o ja, …….mocht er zich in uw fotoalbum een plaatje bevinden waarvan u denkt: “Daar staat een stukje van de buurt op, of die persoon was ook wel een bekende bewoner”, aarzel dan niet en bel (tel. 5128610) of mail me even. Ik maak er graag, desnoods ter plekke, een gescande kopie van.
Jan E. Hooijberg

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.