Voedseldroppings

Blaeustraatkwartier geschiedenis deel 2
door Jan E. Hooijberg,

Het gebeurde op een paar regenachtige dagen tussen 2 en 8 mei van het jaar 1945. Op 29 april waren de Amerikanen begonnen met de operatie Chowhound, waarbij in noordwestelijk Nederland voedseldroppings plaatsvonden voor de hongerende bevolking. Elders in het westen deed de Engelse R.A.F. hetzelfde onder de codenaam Manna
Het was duidelijk dat de bevrijding van de Duitse overheersing nabij was.
Wij verwachtten dat binnen enkele dagen het voedsel ook boven onze buurt zou worden afgeworpen. Op 30 april en 1 mei waren velen tevergeefs bij het eerste vliegtuiggeronk naar buiten gerend en in de richting van de Barndebrug gegaan, vanwaar ze in de verte het vliegveld Bergen konden zien liggen. Daar immers, werd beweerd, zou de lading neerkomen.
Pas op woensdag, 2 mei was het zo ver.

 
Vliegende Forten boven de Jan van Scorelkade, omstreeks 2 mei 1945.
Aan het eind van de vaart, bij de Bergerweg, de boerderij van Hoedjes.

Rond het middaguur kwamen twee squadrons Amerikaanse viermotorige B-17 bommenwerpers, bijgenaamd Vliegende Forten, zo laag over de huizen aanvliegen dat je volgens ooggetuigen de bemanningen kon zien zitten. De eerste groep bestond uit zeven toestellen van de bombgroup 490, opgestegen van de basis Eye, de tweede groep uit 13 toestellen van de bombgroup 452 afkomstig van de basis Deopham Green in Engeland.
En inderdaad gingen de bommenluiken open en kwamen in wolken van kleine stipjes achtereenvolgens 1500 en 1700 voedselpakketten naar buiten tuimelen.
Dat herhaalde zich gedurende enkele dagen in nog grotere aantallen, tot op 8 mei de eerste Canadese grondtroepen over de Bergerweg in westelijke richting aan ons voorbij reden.
Er bestaan diverse foto’s van de voedseldroppings boven Alkmaar, onder andere één waarop mensen op de Hoeverweg in blijde afwachting naar de lucht staren, maar tot voor kort had ik nooit zo’n plaatje gezien van onze buurt.
Onlangs echter nam Mike van Eijk uit de Emanuel de Wittestraat contact met me op en liet me een serie foto’s zien waarnaar ik al zo lang had gehunkerd.

 
 Nicolaas Beetskade omstreeks 2 mei 1945

De technische kwaliteit is niet groots maar die wordt ruimschoots vergoed door de geweldige historische en voor mij als oud-buurtbewoner sterke emotionele waarde.

Mike kon me niet zeggen wie de foto’s had gemaakt en van wie zijn vader ze oorspronkelijk had gekregen. Zo wist hij ook niet wie de mensen zijn die erop staan.

Het rijtje van 3 woningen aan het begin van de Nicolaas Beetskade moest nog worden gebouwd. Aan de overkant van het water staat de watertoren met de originele kantelen. Modernisten hebben jaren later, waarschijnlijk door het ontbreken van enig historisch besef, het gebouw verknoeid en de Alkmaarse burcht die zo was uitgebeeld veranderd in een nietszeggend object.
Iets rechts van de lantarenpaal eindigt in de verte, aan de overzijde van de Houtvaart, het doodlopende paadje dat gemakshalve Wognumsebuurt werd genoemd, hoewel die naam eigenlijk al eeuwenlang werd gebruikt voor het hele gebied vanaf het Scharloo tot aan de Scheijdtsloot, de huidige Jan van Scorelkade.
Deze laatste oude naam gaf aan dat daar de scheiding of grens lag tussen het rechtsgebied van de Heerlijkheid Bergen en de stad Alkmaar.
Eén van de gezinnen die op de Wognumsebuurt woonden was dat van het keuterboertje Jager. De vader had een paar stukjes grond aan de Bergerweg en de Hoeverweg en gebruikte bovendien het dijkje langs de Eendrachtmolen voor zijn varkens. Die vonden zo nodig onderdak in de zwaar vervallen molenopstal en in ruil daarvoor bediende hij het elektrisch gemaaltje dat er achter stond. Hij was vooral een bekende figuur in onze buurt omdat hij wekelijks, samen met zijn zoon Jan ( even als hijzelf roodharig en een met sproeten bedekte kop ), met een ketje voor de schillenkar door de buurt trok. De meeste huisvrouwen scheidden zonder die term te kennen toen al vrijwillig gft-afval in een apart emmertje voor de schillenboer.Veel kinderen werden als dank door Jan op de bok van hun wagentje gezet voor een gratis ritje door de straat.
Groot was de schok toen de jongen vrij plotseling vlak na de oorlog aan leukemie overleed.

Dominant aanwezig op de foto is natuurlijk de conservenfabriek van Hoogenstraaten. In verschillende opzichten voor vele bewoners van de buurt van betekenis:
’s Winters kon de jeugd pas echt van brug tot brug schaatsen als gemeentearbeiders met bosjes stro het grote wak hadden gemarkeerd dat tegenover de Emanuel de Wittestraat in het ijs lag. Het warme afvalwater van de fabriek stroomde daar in de vaart, ongehinderd door milieuwetgeving.
De huisvrouwen foeterden ’s maandags vaak omdat ze last hadden van roet dat uit de hoge pijp neerdwarrelde op hun wasgoed. Echt klagen deden ze echter nooit, want die pijp moest blijven roken. De fabriek leverde immers in het hoogseizoen voor ongeveer 65 mensen werk.
Bovendien hadden sommige buurtbewoners thuiswerk, door in hun huiskamer met het hele gezin kistenvol boontjes af te halen.

In de hongerwinter was een fabriekshal in gebruik als gaarkeuken, een centrale post waar surrogaat voedsel werd verstrekt aan mensen die niet meer in staat waren hun eigen dagelijks eten bijeen te scharrelen.
Ook uit onze buurt heb ik mensen met een pannetje erheen zien gaan om vissoep te halen, gekookt uit graten en koppen……..

Vooral voor deze laatsten was de gebeurtenis op de foto een onvergetelijke aanblik.

Operatie Chowhound, zoals de Amerikanen het hier in Noord-Holland noemden.
“Manna ……”, zeiden de Engelse piloten, die elders optraden:
Voedsel dat uit de hemel neerdaalde.

Jan E. Hooijberg

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.